|
Zojuist heeft de gemeenteraad van Leeuwarden het besluit genomen dat Parnas met ingang van 1 augustus haar deuren moet sluiten. Leeuwarden is straks de enige provinciehoofdstad zonder muziekschool en zonder centrum voor de kunsten. Na het opdoeken van het Fries orkest en de kunstvakopleidingen is dit een historische fout die onherstelbare schade doet aan de stad.
Er zijn geen financiële en geen inhoudelijke redenen voor het besluit, gezien de alternatieven die de afgelopen periode zijn aangedragen door Parnas. Het is - nu het puntje bij paaltje komt - een puur politiek besluit waarvoor de gemeenteraad dan ook de volle politieke verantwoordelijkheid zal moeten dragen.
Het is niet zinvol om lang uit te wijden over de argumenten. Die zijn in de afgelopen twee jaar uitputtend gewisseld. Maar nu het zover is gekomen, moeten wel drie zaken genoemd worden.
De eerste is dat de schade die het besluit teweeg brengt inderdaad onherstelbaar is. Want het besluit betekent niet alleen dat Parnas zal worden gesloten, met alle gevolgen voor de mensen die in Leeuwarden lessen en cursussen willen volgen. Het betekent ook dat alle expertise die Parnas heeft opgebouwd, verloren gaat.
Dat was niet nodig, omdat er alternatieven zijn aangedragen die wel een goede borging van de opgebouwde expertise bieden. Die wel voldoen aan de raadsopdracht een herkenbare, brede voorziening voor cultuureducatie te behouden.
Het geld daarvoor is beschikbaar. Maar het mocht niet zo zijn. Daarmee gaat het werk van meer dan twintig jaar verloren.
De tweede is de kwaliteit van het politieke proces. Een onnavolgbare bestuurlijke zwabberkoers, een college dat weinig oog heeft voor inhoudelijke overwegingen en communicatief onkundig is, en hoog oplopende politieke belangen, hebben – na twee jaar chaos - een heldere eindafweging onmogelijk gemaakt. Dat is niet alleen maar wrang. Het is gewoonweg onacceptabel dat een besluit dat zulke grote gevolgen heeft voor de stad op deze manier moet worden genomen.
Parnas zal zich nu richten op het ontmantelen van de organisatie. Van onze 85 kunstenaardocenten wordt verwacht dat zij “vanzelfsprekend” als zzp-er hun aanbod in de stad zullen blijven doen. Dat is gemakkelijk gezegd, vanuit de beschutting van de raadszaal.
Ondertussen worden kunstenaarschap en kunsteducatie naar de maatschappelijke marge gedreven. Dat raakt aan de basis van een gezonde culturele infrastructuur. Ook die komt niet zomaar terug. De luchtigheid waarmee daarover wordt gesproken is nog het meest beschamend van alles.
Bestuur en directie Parnas
|